Twee weken op fietsvakantie, en onderweg kamperen bij plekken van Campspace. Dat was de uitdaging die we ons van tevoren hadden gesteld. Vanwege corona dit jaar geen reis naar het buitenland, maar gewoon vertrekken vanaf ons huis in Nijmegen. Ook wel eens lekker.

Een laatste check of we alles wel hebben, fietsen opladen, deur op slot en gaan! Met een noodvaart trappen de kinderen weg en slalommen door het hekje aan het eind van onze straat. Mijn vrouw en ik volgen wat langzamer, want dat hekje is gelijk de eerste hindernis die ik met het bagagekarretje achter mijn fiets moet overwinnen.

WIL JIJ GRATIS HET MAANDELIJKSE KAMPEERMENEER MAGAZINE ONTVANGEN?

Iedere maand ontvang je een update met daarin het laatste nieuws over kamperen, handige kampeertips en de laatste winacties.

Jouw e-mailadres is veilig bij ons.


Route fietsvakantie Noord-Limburg en de Betuwe

De route hebben we uitgestippeld langs verschillende Campspaces en Natuurkampeerterreinen. Hierboven zie je de volledige route van twee weken. Het eerste deel van de route gaat via de volgende etappes:

Nijmegen- Siebengewald (45 km)
Siebengewald – De Mortel (44 km)
De Mortel – Boxtel (50 km)
Boxtel – Hellouw (49 km)
Hellouw – Kesteren (44 km)

De heuvels van Noord-Limburg zijn mooi

Via de bossen van Groesbeek klimmen we gestaag naar de Mookerhei, bekend van de slag die er in 1574 tijdens de Tachtigjarige Oorlog plaatsvond. Nu is het er vredig, met mooie doorkijkjes tussen de bossen in de richting van de Maas. Dan gaat het fietspad naar beneden. Eerst langzaam, maar dan steil. Met een vaart sjezen we de Maasvallei in, via Plasmolen en Milsbeek. Dan naar Ottersum, in de wijde omgeving befaamd om zijn ijs. Dat moet natuurlijk geproefd!

Campspace8

Het klinkt Duits, maar is echt Nederlands!

Via Gennep (handig voor de boodschappen) gaat onze route naar onze eerste campspace in Siebengewald. Inderdaad: dat klinkt Duits. En hoewel onze telefoon denkt dat we inderdaad in ons buurland zijn, ligt dit plaatsje toch echt in Nederland. Nog net. Want vanaf onze eerste kampeerplek op de route kijken we regelrecht de Duitse velden in.

Campspace2

In alle gemakken voor een fietskampeerder wordt voorzien

Als we aankomen op de campspace zijn de eigenaren er niet. Geen probleem, want een schoolbord heet ons van harte welkom en vertelt ons waar we de tent neer kunnen zetten. Het plekje van Frank en Dorreth is van alle gemakken voor de fietskampeerder voorzien. Er is een pomp (drinkwater krijg je in een jerrycan) , een tafel om aan te zitten (met kussentjes!), een fijne plek om te koken met afwasteil en wat BBQ-gereedschap, een pizzaoven en een vuurschaal voor een gezellig vuurtje. Verstopt achter een als houthok vermomde deur is zelfs een toilet. Heel verzorgd allemaal. Hier is duidelijk aandacht aan alles besteed. Top!

De Siebengewaldse nacht is heerlijk stil. Af en toe horen we een uil of het briesen van het paard in de wei naast ons plekje. Er zijn beroerdere geluiden om mee in slaap te vallen.

Campspace3

Tof: fietsen door het museum

De volgende ochtend pakken we de fietsen weer en maken ons klaar om Limburg te gaan verlaten. Via de pont bij Nieuw-Bergen peddelen we Brabant in, in de richting van Overloon. Hier wacht ons, bij het Oorlogsmuseum, iets speciaals: we fietsen er door het museum. En dat is letterlijk. Het fietspad gaat hier met een lus omhoog en via schuifdeuren rijd je zo het museum in. Wow!

In het museumgebouw rijden we over een brug, uitkijkend over de collectie oorlogsvoertuigen. Eenmaal weer uit het gebouw strijken we neer op het terras voor een kop koffie.

Campspace4

Op naar de “Wortel van De Mortel”

We hervatten de route via de Peel. Bossen, weilanden en af en toe een heideveld wisselen elkaar af. Tot we in de verte de “Wortel van De Mortel”, zoals de mediatoren bij dit dorp in de volksmond heet, zien verschijnen. In de omgeving van dit baken hebben we onze volgende campspace gereserveerd.

De campspace van Karin in De Mortel is heel anders dan de vorige. Daar waar in Siebengewald alles strak opgeruimd was, is het hier charmant rommelig. Toilet en douche zijn in een oude sta-caravan. Er zijn kippen en een haan en er lopen twee honden los. Dat was even spannend met onze jongste, maar al gauw is het ijs tussen hond en kind gebroken.

Campspace5

Campspace als experiment

Karin vertelt dat Campspace voor haar een experiment is. Haar droom is om binnenkort een boerencamping te beginnen en door nu haar tuin te verhuren als kampeerplaats, kan ze alvast een beetje oefenen. Op het veld tussen de wilde bloemen staan meerdere tentjes, een caravan en een huurtent. Het geeft echt al een boerencamping-gevoel, zeker omdat zelfs aan een zwembad is gedacht. En dat vinden de kinderen na een dag fietsen wel chill.

Door een feestje verderop is het begin van de nacht wat onrustig. Geen vogeltjes die we horen, maar Hollandse krakers uit een speaker. Maar goed, daar kan Karin niks aan doen. Gelukkig stopt het rond een uur of 12. De volgende ochtend worden we gewekt door het beloofde gekraai van de haan. Nog even blijven we in de slaapzak liggen, en dan bereiden we ons voor op de volgende etappe. Ontbijten, tent afbreken, tassen inpakken en daar gaat de karavaan weer. Op naar Boxtel.

De schaal van de kaart zorgt voor een misser

Via Gemert rijden we over de Brabantse zandgronden naar Boerdonk. Vanaf daar willen we doorsteken naar Mariahout. Maar ai… tijdens onze planning zagen we de Zuid-Willemsvaart over het hoofd. Dat is het nadeel van onze Falke fietskaart met schaal 1:90.000. Er staat een groot gebied op, maar er gaat ook detail verloren. Volgende keer toch maar een kaart met wat grotere schaal kopen.

Na een ommetje leidt de brug bij Beek en Donk ons over de Zuid-Willemsvaart heen en verder gaat het. Boodschappen in Sint-Oedenrode en dan via Olland (Kind: “in Olland staat een huis”) door naar de kampeerplek.

Campspace6

Een walhalla voor buitenkinderen

In Boxtel kamperen we twee nachten op Campspace “De Groene Vlinder” in de wilde tuin van Ineke. In het verleden runde ze er een buiten-BSO, en dat is te zien. Met een grote boomschommel, een hoge boomhut, een kampvuurkuil en talloze verstopplekken is de tuin een walhalla voor buitenkinderen.

Campspace10

Het staat er vol met kruiden en groenten en ontzettend veel verschillende bomen. Ons kampeerstekje is achter in de tuin, vlak bij de kampvuurplek. ‘s Avonds genieten we er van de zonsondergang en ‘s ochtends van een eekhoorntje dat door de bomen dartelt. Het leven is goed.

Campspace9

Die-hards kunnen onder de buitendouche

Ineke blijkt een aardig mens. De kampeerplek heeft een buitendouche voor de die-hards, maar we kunnen ook de badkamer en het toilet binnen in huis gebruiken. In de tussentijd dat wij douchen krijgen de kinderen een workshop “hoe tem ik een hond” en vertelt Ineke honderduit over de planten en bloemen in de tuin. Na twee nachten is het bijna jammer om afscheid te nemen. We hadden best nog een middagje de vlakbij gelegen Campina in willen fietsen, maar onze route gaat toch echt de andere kant op.

Rivierenland, here we come!

Dwars door Den Bosch fietsen we Brabant uit, naar Zaltbommel. Intussen wordt de kinderen het befaamde lied over deze stad en de watersnood bijgebracht: “En te midden van die rommel dreef de torenspits van Bommel-Bommel…”
Als de toren eenmaal echt in het zicht komt, gaat onze aandacht echter weer volledig naar de kaart, want erg scheutig met knooppuntenbordjes zijn ze in het stadje niet.

Campspace7

De primitiefste campspace van de route

Zonder verdwalen bereiken we echter de brug en dan is het nog en klein stukje naar wat op papier de meest primitieve campspace van onze route is: een weiland zonder sanitair bij een boerderij in Hellouw, maar wel met kano’s.
Angela heet ons er welkom en geeft ons gelijk een rondleiding op haar boerenbedrijf. En terloops wijst ze op de voorzieningen, die niet zo primitief blijken als gedacht: “Hier kun je warm en koud water pakken, in die caravan staat een portapotti die je mag gebruiken als je wil en daar heb ik een stroomhaspel voor jullie neergezet. En oh, ja: Willen jullie koffie?”

Campspace12

Het werk op de boerderij gaat door

Terwijl wij genieten van een kopje koffie, worden de kinderen meegenomen op de tractor, want het werk op de boerderij gaat door en het hooi moet van het land. En ‘s avonds moeten de koeien gemolken, of ze daar ook even bij willen helpen.
Tussentijds is er gelukkig even tijd om in een naburige sloot te kanoën. Tot dochters’ grote hilariteit eindigt dat met een doornatte omgeslagen papa.

Campspace11

Regen!

De volgende ochtend begint de laatste etappe van de eerste helft van de fietstocht. In de miezerregen. Het tempo is er een beetje uit, en als we na 7 kilometer langs de Linge een theetuin tegenkomen, besluiten we er aan een tafeltje onder de bomen wat te gaan drinken: regen of niet.

Goed voorbeeld doet goed volgen

Blijkbaar doet goed voorbeeld goed volgen, want terwijl we genieten van ons kopje thee met kersencake stroomt de theetuin vol met andere fietskampeerders. We kletsen wat (“Waarheen gaat de reis?”, “Hoeveel kilometer doen jullie op een dag?”, dat soort werk) en zadelen dan weer op. Helaas is de miezer inmiddels serieuze regen geworden.

Campspace13

Door het vlakke Rivierenland rijden we via het pittoreske Buren naar Kesteren. Bij gebrek aan een campspace hebben we hier een plekje op het heerlijk kleine natuurkampeerterrein Den Ouden Dam gereserveerd. Zowaar treffen we er wat mensen uit de theetuin, gezellig!

Campspace14

We zijn klaar voor het vervolg!

Op Den Ouden Dam eindigt ook het eerste deel van ons fietsavontuur. Het was leuk, en we zijn benieuwd wat ons verder nog te wachten staat. Volgende week nog meer campspaces en nog meer verrassingen en fietsen we over de Veluwe en door de Achterhoek: we hebben er zin in!

Over de schrijver

Erik

Erik

Erik, 44 jaar. Houdt van basic kamperen met de tent. Zijn passie voor kamperen is aangewakkerd bij de Scouting. Samen met zijn vrouw Loes en twee meiden zoekt hij, bijvoorbeeld tijdens een fietsvakantie, graag simpelere campings op waar nog veel dingen kunnen en mogen. Leer Erik kennen...

Laat jouw reactie achter