Kamperen met een houtkacheltje in je tent is pure luxe. Een vuurtje dat binnen twee tellen brandt en precies genoeg warmte af geeft. Het ruitje dat kraakhelder zicht geeft op de vlammen. Niemand die last heeft van rook, niet de buren en jij niet in je tent. Of toch..? Voor iedereen die net z’n eerste houtkachel heeft gekocht, of voor wie het toch een beetje tegenvalt, hier een paar beginnerstips. Zodat je gegarandeerd meer plezier hebt van je houtkachel! Geen zin in lezen? Bekijk dan het filmpje.
In 5 jaar een hoop geleerd over tentkachels stoken
Zoals je in mijn review over de Winnerwell houtkachel hebt kunnen lezen, stook ik al vijf jaar met plezier een houtkachel in onze tent. En het moet gezegd worden, in die vijf jaar heb ik een hoop geleerd! Een houtkachel correct stoken is echt een vaardigheid, en met deze tips kun jij het ook leren.
In Een houtkachel in je tent? Lees deze 11 tips voor je er één koopt! vind je belangrijke tips over welke spullen je nodig hebt, of jouw tent geschikt is voor een houtkachel, en hoe je de schoorsteen in je tent installeert. Hieronder (en in het filmpje) vertel ik je hoe je veilig en rookvrij je kachel stookt.
Hout sprokkelen klinkt romantisch
Een houtkachel stoken begint met, je raadt het al, hout. Het allerbelangrijkste is dat je droog hout gebruikt, want vochtig hout zorgt voor een rokerig vuur. Waar haal je dat hout?
Hout sprokkelen in het bos klinkt romantisch, maar het is niet altijd even gemakkelijk. Bovendien is het vaak niet toegestaan, dus check dat eerst. Als je hout sprokkelt voor een houtkachel moet je iets kieskeuriger zijn, dan als je een kampvuurtje wil maken.
Zo wil je liever geen naaldhout in je kachel, omdat de hars zorgt voor meer aanslag in je schoorsteenpijp. Ook vonkt naaldhout meer, waarmee je meer kans hebt op vonkjes die via de schoorsteen op je tentdoek belanden. Tot slot moeten de takken in je kachel passen, je hebt dus een zaagje nodig.
Hoe herken je droog hout?
Voor een beginner is het niet altijd even gemakkelijk om te droog hout te herkennen, en in onze natte winters valt het ook niet mee om droog hout te vinden. In droge periodes lukt het al beter, ook als het vriest.
Levend hout is in ieder geval niet geschikt, want dat is te vochtig. Bij dood hout kun je letten op de volgende dingen: buigt de tak mee als je hem probeert te breken, kun je je nagel in het hout drukken, of brokkelt het gemakkelijk af?
Allemaal tekenen dat het hout niet droog genoeg is voor een rookvrij vuur. Zoek in plaats daarvan naar dode takken of bomen die vrij van de grond liggen, waar de schors al vanaf is gevallen. Die hebben in de wind kunnen drogen, en dus heb je meer kans dat die droog genoeg zijn. Kijk vooral of het hout van binnen goed droog is, een beetje regen op de buitenkant is minder erg.
Of ga je voor gemak?
Wat je ook kunt doen, is een netje haardhout kopen bij een supermarkt of bouwmarkt. Het voordeel daarvan is dat dit hout goed droog is. Hou er rekening mee dat deze blokken te groot zijn om een kachel mee aan te steken. Natuurlijk kun je er een zak kleine aanmaakhoutjes bij kopen, maar dan nog zul je de grote blokken kleiner moeten kloven.
Als je vuur probeert te maken met hele grote stukken hout, zul je zien dat dat niet makkelijk gaat, en bovendien een hoop rook produceert. Je hebt dus ook kleinere stukken nodig. Pas als het vuur eenmaal een tijdje brandt, ontstaat er een gloeiende laag kolen. Vanaf dat moment kun je wel grote stukken hout op het vuur leggen.
Aanmaakhoutjes maken met een goede bijl
Dat betekent dat je echt een bijl nodig hebt! Op sommige campings hebben ze een bijl liggen voor algemeen gebruik. Je eigen bijl meenemen heeft als voordeel dat je die goed scherp kunt houden, en nooit zonder zit. Kies niet voor een te grote bijl, dat is niet nodig, en die zijn bovendien lastiger te hanteren.
Gebruik altijd een houtstammetje als hakblok, en zorg dat je bijl nooit steen raakt (dus ook niet in de grond slaan). Let bovendien op je eigen veiligheid, en laat kinderen er niet zomaar mee spelen.
Als het gebruik van een bijl nieuw voor je is en nogal spannend klinkt, dan is het misschien fijn om nog wat meer informatie en voorbeelden op te zoeken. Ook over het onderhoud en slijpen van bijlen valt veel te leren. Maar wat ik vooral wil zeggen, is dat je voor een houtkachel echt een bijl nodig hebt om je hout op maat te kunnen maken.
De bruine aanmaakblokjes zijn mijn favoriet
Liggen je aanmaakhoutjes klaar? Dan is het tijd om het vuur aan te steken. Gebruik daarvoor liever geen papier, dat kan door de schoorsteen naar buiten dwarrelen en op je tentdoek belanden.
Beter zijn de aanmaakblokjes die je in de supermarkt of bouwmarkt kunt kopen. Onze favoriet is het bruine blokje, de witte ruikt net iets te chemisch. Leg een brandend aanmaakblokje in de kachel, en stapel je aanmaakhoutjes op zo’n manier dat er goed lucht bij kan. Zonder zuurstof immers geen vuur, dus zorg dat je ruimte laat tussen de houtjes. In het filmpje kun je zien hoe ik dat doe.
Leg meteen ook een paar iets grotere stukken hout er op. Niet té groot, dan duurt het te lang voor het hout vlam vat, en krijg je rook. Zoals eerder al gezegd zijn de houtblokken die je bij een bouwmarkt koopt, te groot om meteen aan te kunnen steken. Als je ze doormidden slaat, gaat het al een stuk gemakkelijker. In het filmpje laat ik ook de verschillende maten houtblokken zien.
Vergeet het schuifje niet
Vuur heeft zuurstof nodig om goed te kunnen branden. Bij het aanmaken van het vuur geef je dus zoveel mogelijk zuurstof. Dat doe je door het schuifje in de deur van de kachel open te zetten. Tegelijkertijd wil je dat de schoorsteen goed trekt, dus de demperklep op de schoorsteenpijp zet je ook helemaal open. Als het goed is zul je nu zien (en horen) dat het vuur hard begint te branden.
Vuur moet je voeren
Wacht tot de aanmaakhoutjes goed branden en een beetje inzakken, en leg dan meer hout op het vuur. Je kunt er steeds iets grotere stukken hout op leggen, daarom is het handig dat je vantevoren een voorraadje hout van verschillende groottes hebt klaargelegd. Kleiner hout om het vuur mee aan te maken, en grotere stukken voor als het vuur eenmaal goed brandt. Grote stukken hout branden rustiger, en geven een fijne constante warmte. Als je alleen maar kleine stukken hout gebruikt, blijf je een fel vuur houden dat ook steeds snel weer inzakt. Dan moet je dus heel vaak bijvoeren.
Heb jij hittebestendige handen?
In het begin kan het best wel intimiderend zijn als je de kacheldeur open doet, en de vlammen eruit komen. Je hebt dan de neiging om een stuk hout er half in te leggen, en met de pook verder naar achteren te duwen. Maar daarmee por je het vuur op, en krijg je vonken door de schoorsteen, die buiten op je tentdoek kunnen belanden. Leg het hout dus zelf meteen goed naar achteren op het vuur. Als je dat te heet vindt, kun je een handige vuurvaste leren handschoen gebruiken.
Roodgloeiend gaat te hard
Als je zo door gaat, met het schuifje en de demperklep open, en je blijft het vuur voeren, dan krijg je vanzelf een roodgloeiende kachel. Echt waar, wij hebben foto’s waar de hele kachel plus schoorsteen oplichten als hete lava. Leuke foto, maar niet zo’n goed idee, want je loopt risico dat je grondkleed en flashing kit smelten.
Dus als je vuurtje eenmaal goed brandt, en je hebt wat extra hout op het vuur gelegd, dan kan het schuifje (bijna helemaal) dicht. Hou het vuur wel in de gaten, en als je ziet dat het donker wordt, de vlammen lager worden en er rook ontstaat, dan moet het schuifje weer een beetje open.
Als je een tijdje hebt gestookt, zul je zien dat er een laagje kolen op de bodem van de kachel ontstaat. Hiermee kun je een mooi rustig brandend vuur aan de gang houden. Dan kun je ook de demperklep een klein beetje dichter draaien, zodat de warmte iets minder snel vervliegt.
Het draait allemaal om balans
Zoals je merkt moet je het vuur steeds in de gaten blijven houden, om te zien waar je iets bij moet stellen. Als je het vaker doet, wordt je er vanzelf handiger mee, en kun je een rustig vuur brandend houden. Als je de principes van zuurstoftoevoer en hout toevoegen eenmaal begrijpt, zal het vanzelf gaan. Rook is jouw teken dat er ergens iets mis gaat, en dat je de balans moet herstellen. In principe hoort een kachel alleen een klein beetje te roken wanneer je het vuur aan maakt. Er hoort zeker niet continu een rookpluim uit je schoorsteen te komen waar je buren last van hebben.
Een mooie as laag
‘s Ochtends zul je zien dat er een laagje as in de kachel ligt, gooi dat vooral niet weg. Dit vormt een mooie isolatielaag om een nieuw vuurtje op te maken. Als er na veel stoken te veel as is ontstaan, kun je een deel weghalen. Let op dat er geen gloeiende kooltjes meer in zitten voor je het ergens weggooit. Dump de as en kolen sowieso niet zomaar ergens in de natuur, maar liever op een daarvoor aangewezen plek.
Door het raampje in de vlammen staren
Brandt je kachel eenmaal lekker, is het toch een beetje balen als je niks van de vlammen ziet omdat je ruitje roetzwart is. Ook dit is weer een teken dat het vuur niet in balans is, want roet komt van rook. Misschien is je hout niet droog genoeg, misschien heb je toch te veel rook in de kachel, of misschien heeft er een stuk hout tegen het ruitje aan gelegen. In principe zou het vuur het ruitje schoon moeten branden, en moet je niet elke keer het ruitje hoeven poetsen voor je de kachel aan maakt.
Veiligheid vóór alles
Een houtgestookte tentkachel is heerlijk, maar niet zonder risico. Met de juiste kennis is een houtkachel in een tent heel veilig te gebruiken, als je de volgende dingen goed in de gaten houdt:
- Onder en rond de kachel wordt het echt heel heet, dus let op dat je geen spullen op of te dichtbij de kachel legt. Ik vind het wel handig om mijn koude borden even voor te verwarmen door ze naast de kachel op de grond te zetten, maar je moet het echt in de gaten houden, want het gaat snel te hard!
- Ventileren is heel belangrijk, ook in een ademende katoenen tent. Zeker als er per ongeluk een beetje rook binnenkomt, gooi dan meteen alles open tot de lucht weer schoon is. Voor je eigen veiligheid kun je ook een koolmonoxide meter aanschaffen.
- Hou altijd zicht en controle op de brandende kachel. Laat hem niet branden als je weg gaat, of wanneer je gaat slapen. Wij hebben gemerkt dat het ‘s avonds sowieso niet fijn is om in je slaapzak te kruipen naast een kachel die nog volop brandt, dan lig je al snel te zweten. ‘s Ochtends is het wel fijn om even snel de kachel aan te steken, en weer in je slaapzak te kruipen terwijl de tent langzaam opwarmt.
- Zet de schoorsteen bij harde wind vast met scheerlijnen, en bij storm moet je je afvragen of het verstandig is om de kachel aan te maken.
- Heel soms zijn er weersomstandigheden die ervoor zorgen dat de rook als een deken laag bij de grond blijft hangen. Daar kun je weinig tegen doen, en als dat voor overlast zorgt moet je overwegen om je kachel uit te laten.
Oefening baart kunst
Hopelijk geven deze tips je een goede basis waarmee je van je houtkachel kunt gaan genieten. Ik ben heel benieuwd hoe anderen het gebruik van een houtkachel in de tent ervaren. Mis je dingen, of loop je tegen andere problemen aan, laat het me weten!

heb Jaren thuis een houtkachel gehad. Maar sinds een week een kachel voor in de tent. Het is echt heerlijk! en als je goed stookt kan dit nagenoeg rook vrij. Zeker met een goed kacheltje met “dubbele verbranding” (dat is extra lucht die eerst verwarmd wordt voordat die een stuk boven het vuur de warme lucht uitblaast en daardoor de onverbrande gassen van extra zuurstof voorziet en die dus alsnog verbranden).
Maar een tip om je vuurtje aan te steken is. juist eerst een paar grotere houtblokken onderop de bodem leggen en daarop je aanmaak blokje leggen en daarbovenop je aanmaakhoutjes stapelen. (de Scandinavische manier van aanmaken) dit zorgt voor minder rook en snellere manier van het vuur op volle sterkte hebben, en dus minder uitstoot.